Terborgh en zijn vrouw Marguerite op 16 juni 1934 in Algeciras, Spanje, foto genomen door de dichter Jan Slauerhoff.

Dankzij een gelukkige samenloop van omstandigheden, heb ik me sinds 2002 kunnen verdiepen in zijn persoonlijke dagboeken en fotoarchief, beslaande de periode 1931 tot 1948. Dit is de periode die de achtergrond vormt voor zijn literaire werk en waarin hij als diplomaat achtereenvolgend geplaatst was in Zwitserland, Spanje, Portugal, China, Engeland, Portugal en Polen.

Drieduizend dagen dagboek heb ik ontcijferd uit een minuscuul handschrift en opgenomen in een database. In het Nationaal Archief en het archief van het Ministerie van Buitenlandse Zaken heb ik aanvullend onderzoek kunnen doen. Verder heb ik Terborgh’s paden gevolgd door zijn ‘Iberisch landschap’ tijdens reizen in 2000, 2003 en 2005. Het is dat gebied dat hem blijvend beïnvloed heeft zoals blijkt uit de inleiding uit zijn meest belangrijke boek: ‘Het gezicht van Peñafiel’.

‘Ontevreden met allen en met mijzelf, ten prooi aan een grauwe leegte, aan de sleepende verwording van  tragen sleur – voor welk deel nog de vroegere? voor welk deel reeds verstard? – mistroostig, met wankelende zekerheid en versleten ontzag, met leege handen op den drempel van een verstreken jeugd, mijn leven minachtend en mijn doen, keer ik terug tot je, Iberisch landschap, bezieling van mijn vroeger mager geluk, bron van kracht en waarachtige grootheid. Laat mij je stilte hervinden, den wijden einder onder den eeuwig zoemenden wind, en den eenvoud voor een oprecht en nederig bestaan. De avond nadert, en de uren vergaan, de laatste goede, voor wie den dag niet heeft kunnen grijpen.’

Peking, October 1941.

Uit zijn dagboeken komt een andere man naar voren dan we vermoeden op grond van zijn boeken en de meeste van zijn interviews. Alleen Jan Brokken en Frans Boenders hebben hem ook kunnen zien zoals hij in wezen was: een aardse, geestige en gevoelige man.

Allereerst verwijs ik naar twee voortreffelijke internet artikelen uit het Biografisch Woordenboek van Nederland.

Het eerste artikel gaat over Terborgh zelf en is geschreven door P.E. van der Heijden-Rogier. Het tweede, van de hand van Ronald Spoor, gaat over Terborgh’s boezemvriend Giacomo Antonini, de pleegvader van Natasha Borovsky. Over hen schrijf ik op mijn Engelse en Franse websites.

Print Friendly