Coca, 1935

Op vrije middagen maakt Terborgh autotochten in de buurt van Madrid, zoals naar het toen nog heel kleine Barajas vliegveld, Alcalá de Henares en Guisando. Vaak ook dagtochten, verder weg, telkens keert hij terug naar Coca, Cuellar en Peñafiel, naar Toledo en naar  de Sierra Guadarrama, hij neemt als het lukt graag iemand mee. Hij maakt korte aantekeningen in zijn dagboek, al oefenend voor het literaire werk dat groeit in zijn hoofd.  Hij maakt met een klapcamera af en toe foto’s, zoals die welke te zien zijn in deze blog.

In de Sierra
De tocht door de berg – heuvelige vlakte met zuidwestelijke zon – naar het Noorden afgesloten door een steile, kilometer brede berg – erosie heeft grillige granietvormen geschapen soms lijkend op ruïnen van bouwwerken. Leemkleurig – soms bruin, roodbruin. Dunne giftig roze wolkenstrepen in oostelijke hemel – groeiende nacht eronder – in ‘t westen fel oranje wolkjes in diepblauwe hemel. Achter de berg? of midden in de keten? een posada met wijnstruiken over latten ervoor – smerige boeren – het schilderij van Sluijters in Venetië

Manzanares el Real – de paarse berg
Nog wildere berg – men trekt naar boven tussen rotsblokken – paden leiden erover – verdwijnen tussen stenen. Zon gaat onder – de berg wordt violet – dampen stijgen op – grijs violet – schaduwen steeds langer wordend van links naar rechts.Graniet – niets dan graniet – schapen en geitjes ertussen. Ruwe, plompe kerkjes uit graniet – zeer aandoenlijk. Dunne sneeuw bovenop de berg – wat struiken.

Cuellar, 1935
 
Peñafiel, 1935

Op 11 mei gaat Terborgh met verlof, in zijn nieuwe Renault VivaSport. Hij overnacht in Vittoria, maakt een stop in Saint-Jean de Luz bij zijn vriend Simpson en brengt de volgende nacht door in Poitiers. Na “uitmuntend gegeten” te hebben in Vendôme komt hij op 13 mei aan in Parijs en “stapt af” in het Hotel le Royal.

Hij gaat de dag erna meteen op bezoek bij Gino Antonini en ontmoet daar diens partner Moussia Sila-Nowicki (zie Engelse en Franse afdelingen van deze blog). ’s Avonds gaan ze eten in het Russische restaurant Moscou, “uitmuntend”. De dag erna gaan ze naar het Théatre des Mathurins, “La Créature” van Ferdinand Bruckner, in 1933 het Duitsland van Hitler ontvlucht, onder de beroemde Russische acteur/regisseur Georges Pitoëff.

De dag erna bezoekt hij uitgebreid het Louvre en ‘hangt ’s avonds alleen in café’s rond.’ Op 17 mei gaat hij met Gino en Moussia naar Fontainebleau, waar de elfjarige dochter van Moussia, Natasha Borovsky, op kostschool is. Op 18 mei gaat hij samen met Gino op weg in de auto. Bourges, Nevers, Avallon, Autun, in de avond van 19 mei arriveren ze in Beaune, alwaar  hij ’s avonds samen met Gino “zwaar pokuliert. Aardig, haast Belgisch stadje”.

De dag erna gaan ze naar Dijon, waar Antonini op de trein terug naar Parijs stapt. Die avond nog arriveert hij in het schoonouderlijk huis te Worb in Zwitserland,  dat hij beschreef in zijn ‘Le petit Château’. Daar wacht zijn vrouw op hem, zeven maanden in verwachting van hun eerste kind.

‘Van 21 mei tot 4 juni rustig in Worb. Twee weken alleen met Marguerite – uitstapjes – lui leven – tijdens dit verblijf vooral gelezen Le Grand Meaulnes van Alain Fournier.” Vervolgens gaat hij voor een week naar zijn moeder in München en naar Dresden om zaken voor haar af te handelen. Vandaar rijdt hij in een ruk terug naar Worb. Daar maakt hij onmiddellijk een plan voor de terugreis en hij vertrekt al op 12 juni.

“ ‘s Avonds met prachtig weer op weg gegaan naar Genève – mooie zonsondergang – heerlijke stemming – de nacht langs Lac Léman – achter Lausanne – de kikkers – de straat – de lichten.” De dagen erna gaat hij het gelezen landschap van de jeugd van Fournier, le Grand Meaulnes, ter plaatse op zich in laten werken, ongetwijfeld met de ideeën voor zijn eerste novelle in het achterhoofd :

“Naar Frankrijk – ‘s middags in Bourg en Bresse gegeten – de prachtige kathedraal of beter kerk te Bron. Verder via Moulins, allermerkwaardigste sombere stad – middeleeuws. Via Mâcon – merkwaardige Romaanse kerken tussen Mâcon en St. Amand. Aldaar overnacht, het landschap van Alain Fournier. Verder naar Meaulnes. Epineuil-le-Fleuriel bezocht – jeugd van Fournier. Charmant klein dorp – verder naar Clermont Ferrand – somber – smerig – Gegeten in Mont-Dore -Auvergne valt tegen, althans het doorgelopen stuk – verder naar Mauriac – Aurillac en Figeac – vandaar door het dal van de Lot naar Cahors – prachtig avondlandschap – Cajarc. Plannen voor Peñafiel. Sterke indruk. In Cahors overnacht.”

Op 15 Juni is hij weer in Saint-Jean de Luz en gaat meteen naar het hotelletje Guernika van zijn vriend Simpson. Op 16 Juni keert hij terug in Madrid, “hard gereden”.

(wordt vervolgd)

Print Friendly