de verhalencurator
verhalen over het echte leven en creativiteit

een blog van jan doets

F.C. Terborgh
Pseudoniem van R. Flaes, carrière diplomaat, laatstelijk ambassadeur in Lissabon. Leefde van 1902-1981. Een zeer begaafd schrijver en dichter van een klein oeuvre dat ten onrechte in de vergetelheid is geraakt, behalve dan bij een kleine schare fijnproevers. Een eenzame man die later steeds terug dacht aan zijn tijd als jong diplomaat in het Spanje van voor en tijdens de Spaanse burgeroorlog, zijn zwerftochten over de Spaanse meseta, soms zelfs roekeloos vlak achter de fronten, met vrienden en onder omstandigheden die hem maakten tot de schrijver die we kennen. Hij was in dat land van 1932-1938. Hij had vaak een gevoel van onvervuld verlangen, dat hij afwisselend kwalificeerde als le cafard en het Nerval gevoel. Dat ging pas over enige jaren voor zijn dood. Hij heeft zo’n periode van melancholie zelf het beste verwoord toen hij in Peking, aan de vooravond van Pearl Harbour, dit prachtige voorwoord schreef bij zijn eerste novelle, Het Gezicht van Peñafiel:


‘Ontevreden met allen en met mijzelf, ten prooi aan een grauwe leegte, aan de sleepende verwording van tragen sleur – voor welk deel nog de vroegere? voor welk deel reeds verstard? – mistroostig, met wankelende zekerheid en versleten ontzag, met leege handen op den drempel van een verstreken jeugd, mijn leven minachtend en mijn doen, keer ik terug tot je, Iberisch landschap, bezieling van mijn vroeger mager geluk, bron van kracht en waarachtige grootheid. Laat mij je stilte hervinden, den wijden einder onder den eeuwig zoemenden wind, en den eenvoud voor een oprecht en nederig bestaan. De avond nadert, en de uren vergaan, de laatste goede, voor wie den dag niet heeft kunnen grijpen.’ Peking, October 1941.